• Joerga

Het stokje

Haak een ketting van lossen.


Sla de draad om de haaknaald en steek hem in de vierde losse vanaf de haaknaald.


Sla de draad nog een keer om en trek hem door de steek. Nu heb je drie lussen op je haaknaald zitten


Sla de draad om en trek hem door de eerste twee lussen.



Sla de draad nog een keer om en trek de draad door de laatste twee lussen. Je hebt je eerste stokje gehaakt!




Steek nu telkens de haaknaald in de eerstvolgende steek en herhaal de stappen.


Aan het einde van de toer maak je 3 keerlosse. Opgepast.

De keerlosse tellen mee als steek.

De volgende toer start je in de tweede steek.




Tip,

De keerlosse

Aan het einde van een toer haak je een keerlosse.

Met deze losse breng je je haaknaald op de juiste hoogte voor de eerste steek van je volgende toer.

Het aantal lossen dat je moet haken hangt af van je gekozen steek.

Een vaste heeft maar één keerlosse nodig zagen we in de vorige instructie.

Bij een stokje heb je er 3 nodig, tenzij anders vermeld in de beschrijving van jou patroon.

Bij de vaste telt de keerlosse niet mee als steek.

Bij het stokje wel.



En nu is het tijd om te oefenen met haken

Net als bij alle nieuwe skills en hobby’s is het belangrijkste dat je gewoon maar aan de slag gaat en dingen gaat uitproberen.

Begin met een kleiner werkje om te oefenen met de steken.

Als je meteen begint met een hele sprei of trui te haken raak je misschien ontmoedigd en dat is natuurlijk niet de bedoeling.